Geschiedkundig en architecturaal overzicht van de landhuizen in de Marken

arrow

Het landelijke huis

Als men voor de allereerste keer naar onze regio komt, zeker als u via het noorden of zuiden van de Adriatische kust komt, is het eerste wat u opvalt de zachte en groene heuvels die afdalen naar de zee. Bij verdere inspectie, na afgeleidt te zijn van de voornaamste rijroute of door de auto’s die te dicht rijden of van een bouwkundige schreeuwlelijk die u kunt vinden in meer industrieel gebied, kan je de geometrie van deze zachte heuvels zien. U kunt vierkanten en rechthoeken zien die op en neer gaan en zijn afgebakend of doorbroken door lijnen van eiken bomen of wijngaarden, rietvelden of olijfgaarden.

Deze geometrie komt tot stand door de verschillende teelten op het land.

In de film “London Smoke”, speelt Alberto Sordi de rol van een antiquair die bij het aanschouwen van het Engelse platteland zegt :”dit is niet zoals in Italië, hier is het platteland groen en rustig, je ziet overal schapen en koeien grazen en je krijgt het idee dat alles uit de lucht komt vallen; in ons land daar en tegen, is er geen enkel veld dat niet is geploegd, verbouwd of bewerkt”. Zoals u ziet : hier zijn onze akkers het synoniem van hard werk terwijl ze in Engeland staan voor ontspanning.

We kunnen zeggen dat het platteland van de Marken deel uitmaakt van wat onze beroemde acteur zo mooi heeft beschreven : het beeld van hard werk en moeite dat de landbouwer alle dagen moet uitvoeren in heden en verleden. Deze geometrie geeft dit harde werken goed weer en toont ons de belangrijkste eigenschap van een inwoner van de Marken : een gecoördineerd en praktisch karakter.

Het is in eerste instantie dit landelijke vergezicht en deze velden die ons een gevoel geven van de betrokkenheid van het volk aan hun land.

Als je de begane wegen verlaat en je betreedt de kleinere landwegen, die witte, smalle en stoffige wegjes, lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan : grote olijfbomen geven schaduw en vrede aan slapende honden en sluimerende schapen; oude en gebroken hekken dienen als scheidingslijn tussen geploegde velden en gelige weilanden en het is hier of meer in de achtergrond, dat je het landhuis kan zien staan, sterk en versleten zoals oude boerinnen die, ondanks hun hoge leeftijd, altijd aanwezig zijn om vastberaden het land te inspecteren.

Als we met onze ogen de geploegde groeven van de velden volgen, startend in de vallei en stijgend tot aan de bergen, vinden we elk landhuis (casa colonica) altijd op de top van de heuvel waar het de omliggende boerderij overheerst. Heuveltop landhuizen zijn evenredig verdeeld en je zal zelden een boerderij vinden zonder landhuis.

Het landhuis (heden ten dage in nood van restauratie ) geeft ons een, niet door de tijd beïnvloed, gevoel van samenhorigheid bij het land en is misschien wel de enige miraculeuze levende getuige van onze cultuur, onze geschiedkunde en diepe identiteit.

Het landelijke huis, meer dan al het andere, vertegenwoordigt onze regionale cultuur, het vertelt ons hoe we door de jaren heen hebben geleefd met onze waarden en onze fouten, het vertelt ons over sterke familiebanden, de familie als voornaamste economische en sociale spil in het dagelijkse leven; over levensstijl; regels en hiërarchie van goed en kwaad die de regels en hiërarchie van de Marken en in het algemeen van centraal Italië weerspiegelen.

Ik geloof dat we heel dicht bij onze echte geschiedenis komen als we deze huizen binnentreden – meer dan bij de kastelen of statige huizen – omdat het landelijke huis het echte symbool van de Marken regio is en de manier waarop de mens contact heeft met de natuur rondom hem, hoe hij erover heerste maar niet plooide, hoe hij het respecteerde maar wist te bedwingen.

Ik wou een kleine samenvatting schrijven over de interessante en intrigerende geschiedenis van het landelijke hui.. Ik denk dat het juist is om deze huizen te restaureren om ze volledig te kunnen behouden en ze aan te passen aan de moderne noden met respect voor de buitenkant. Maar ik denk dat het ook maar eerlijk is om eens te duiden hoe deze huizen waren in het verleden.

Iedereen weet dat de oude stallen getransformeerd worden tot eetkamers en dat de slaapkamers zich altijd op de bovenverdieping bevinden, maar hoe was het landhuis ervoor ?

Het lijkt soms dat alle huizen die je ziet voor restauratie een beetje hetzelfde zijn : de stallen zijn georiënteerd naar het westen, de kelders naar het oosten, de varkensstal onder de trappenhal, de keuken op de eerste verdieping in het midden van het huis, de kamer van de boer net boven de stallen zodat hij, zelfs ’s nachts, het belangrijkste bezit van de boerderij, de dieren, in de gaten kon houden.

Maar ondanks deze algemene regel, kan ik toch zeggen dat ik zelden twee huizen heb gezien die identiek zijn en zelfs als ze hetzelfde lijken, zijn er toch steeds details die hen verschillend maken.

Het landelijke huis geeft de meest levendige uitdrukking weer van de cultuur van de landbouwers over de eeuwen heen in de Marken. De landbouwer heeft het huis gebruikt samen met zijn familie als zijn hoofdverblijfplaats sinds de 17e eeuw en zijn familie hielp hem om het er omheen liggende land te bewerken. Het land was eigenlijk niet echt van hem – hij was alleen maar een persoon die gebonden was aan de landeigenaar via een contract. Dit oogst-delend systeem (genaamd ‘mezzadria’) stipuleerde dat de boer het land moest bewerken, de dieren moest verzorgen en de helft van de opbrengst aan de landeigenaar moest geven. Dat delen van de opbrengst bestond uit tarwe of bloem zoals dit beslist was in het contract. Hierin stond ook dat de boer moest leven in het huis, zorgen voor het onderhoud en onderdak moest bieden aan de dieren, de machines en de voorraad. De landeigenaar bouwde het landhuis en de boer zorgde voor het dagelijks onderhoud.

De oogst werd egaal verdeeld over beide partijen. Meestal was het niet de landeigenaar zelf die de helft van de opbrengsten kwam ontvangen maar hij stuurde zijn trouwste werknemer als inzamelaar.

U kunt een heel deel van deze functies van het landelijke huis meebeleven; functies die zijn afgeleid van verschillende noden die het landelijke huis door de jaren heen een complex en multi-functioneel aspect hebben gegeven. Dit heeft er weer voor gezorgd dat het landelijke huis zich via verschillende veranderingen heeft moeten aanpassen om aan de noden van een bepaalde periode in het verleden te voldoen. Dit heeft zich weerspiegeld in de aanbouw van meer kamers zowel aan de binnenkant als buitenkant van het huis, het bouwen van nieuwe bijgebouwen of, zoals gebeurd is in de 19e eeuw, het volledig vernietigen van oude huizen om nieuwe te bouwen.

Ik heb nog zeer grote huizen gevonden (zeker hier in de Jesino vallei) die in het verleden bewoond werden door meer dan 40 mensen en soms vroeg ik me dan af hoe al deze mensen samen konden leven en waar deze mensen hun, vandaag zo essentiële, privacy was en welke psychologische spanningen en gedragingen naar boven kwamen in een familie die zo uitgebreid was en verplicht was om samen te leven.

Het was geen commune zoals diegene die zo populair waren in de jaren 60 en 70 waar iedereen vrij was te doen en denken wat hij wilde. De mensen leefden onder de strikte hiërarchie en supervisie van hun mannelijke en vrouwelijke leider. Ze werkten op het land van de ochtend tot de avond en het was hard labeur. De vrouwen werkten ook op het land of bleven thuis om te spinnen, koeien te melken, te naaien, eten te bereiden (voor al die mensen!) en op de kleine kinderen te passen. De huizen kwamen tot leven, of het leven nu goed of slecht was. Nu echter worden ze aan hun lot overgelaten, zoals verlaten honden die wachten op een nieuw baasje.

Dan begon ik te denken dat deze landelijke huizen meer vertegenwoordigen dan algemeen wordt gedacht. Ondanks hun moderne architectuur, als we het architectuur kunnen noemen, hebben ze een uitgebreide vertegenwoordiging op ons grondgebied, er rekening mee houdend dat veel van deze huizen zijn afgebroken.Ze zijn een getuigenis van een culturele erfenis die nergens beschreven is – bestaande uit gebaren, woorden, gedachten en angsten – maar die doorgegeven is van generatie op generatie en, misschien klinkt dit wel grappig, ook begraven ligt in mensen en generaties die geen verwantschap hebben met de landbouw. Deze mensen waren introvert en goede spaarders. Ze waren bescheiden, heel gelovig en hadden een sterke controle over zichzelf en de anderen. Ze hadden vrij afstandelijk en toonden hun gevoelend niet zo gemakkelijk, zeker de ouders tegenover de kinderen. Desondanks hadden ze sterke banden met de familie en hun eigen roots met alle voor- en nadelen die daarmee gepaard gaan. Tenslotte hadden ze ook de neiging om alles te rationaliseren in plaats van te dromen. Dit alles komt van de landbouwers cultuur en niet van de middenklasse die, hier in de Marken, amper vertegenwoordigd is.

Door dit alles hadden ze ook de neiging om hun eigen groenten te verbouwen, zoals vandaag ook vele kleine industrieën, dankzij hun individualiteit, hun eigen producten en activiteiten ontwikkelen, .Dit is een mentaliteit die, vandaag, mensen willen veranderen door goed onderwijs, globalisatie en door zich meer naar de buitenwereld te richten zoals hier in de streek door het openen van de luchthaven is gebeurd. Maar deze karaktertrek blijft diepgeworteld. Daarom, ook al is het juist dat de tijd en noden veranderen, kijk ik toch af en toe met affectie naar ons verleden en naar de hedendaagse mode en trends die dit huis veranderen van een ‘hardwerkend’ huis in een – eindelijk!- ontspannen huis. Ook omdat deze huizen bijna altijd op heel goede locaties zijn gesitueerd.

Onze voorouder boer was absoluut niet dom ! Hij was niet op zoek naar een tijdelijke baan in het dorp of de ongezonde en overbevolkte steden en daardoor was hij beter af dan anderen. Zelfs als hij moest vechten tegen de schulden en zijn landeigenaar, die hem financieel trachtte te verstikken, was er altijd wel een plekje waar hij de eieren, een kip of een kom melk kon verstoppen in een fijne plek om te leven, vol met zon, bomen, water en overvloed aan gezonde lucht. Alles opgeteld maar hij misschien arm maar zeker niet dom !

In al de boeken die ik gelezen heb, vond ik altijd deze zin : “we kunnen niet spreken van architectuur als we naar deze huizen kijken omdat ze gebouwd werden door landbewerkers en het is pas in het midden van de jaren 1800, met onderzoek naar de situatie op het platteland van de Marken door ingenieur Paolo Guerrieri van Macerata, dat het noodzakelijk werd geacht om de levensomstandigheden van de boer te verbeteren door het ideale boerenhuis te ontwerpen. Iets wat niet altijd in overweging werd genomen.

Om die reden zijn er in die tijd heel veel huizen herbouwd… en dat kan je nog steeds zien. Vele landhuizen hebben een modern uitzicht vergeleken met andere en zijn ook steviger, wat dan weer een teken was dat de manier van bouwen ook was verbeterd.

De explosie van commerciële uitwisselingen tegen het einde van de 19e eeuw moedigde de verbouwing van de oude landhuizen tot grote huizen aan, met zichtbare bakstenen , geveltekens tussen de verdiepingen, gebogen afvoerpijpen met smalle openingen en het gebruik van omlijste bogen in de inkomhal. Huizen gemaakt uit steen of baksteen, met andere bijgebouwen rond het erf, zijn nog steeds in gebruik in de hogere heuvels en bergen. De voornaamste eigenschap van de huizen die zijn gebouwd op vlak land of in de lage heuvels is dat ze gebouwd zijn met baksteen en tegels en een rechthoekig grondplan, twee verdiepingen en geen extra lage bijgebouwen hebben, behalve voor de opslaan van de machines, mest of kippen.

De bewoonde kamers zijn in het algemeen op de bovenste verdieping terwijl de stallen en de kelder op de benedenverdieping zijn, verbonden met een binnentrap.

Het landhuis heeft een hele weg afgelegd tot op heden en we kunnen zijn verschillende types dan ook als volgt beschrijven :

1) we kunnen 2 types onderscheiden bij de meest populaire landhuizen, deze met een buitentrap en deze met een binnentrap.

a) de huizen met een binnentrap, ook ‘solaro’ kamer genoemd, zijn meestal te vinden op vlak land dichtbij de zee. Binnenin hebben ze een asymmetrisch aspect vergeleken met de hoofdgevel en het platte dak.

De keuken, slaapkamers en voorraadkamers bevinden zich op de eerste verdieping. De keuken is de centrale plaats in het huis met een haard die ‘arola’ of ‘rola’ werd genoemd. De stallen bevinden zich aan de oostzijde van de benedenverdieping juist onder de slaapkamers zodat de boer of ‘vergaro’ de zachtste geluiden kan horen zelfs ’s nachts als er dieren kunnen worden gestolen. De kelder en het schapenhok zijn naar het westen gericht, de varkensstal en de kippenren bevinden zich onder de trappen. Dan is er de binnenplaats, deels geplaveid en deels aangestampte aarde, waar de wijn oogst gebeurd en het proces van het wijn maken maar ook waar de mensen samenkwamen voor vergaderingen en oogstfeesten.

b) het tweede type huis is het huis met de buitentrap, voornamelijk in de heuvels gelegen. De buitentrap geeft directe toegang tot de eerste verdieping en de keuken. De trappenhal kon onbedekt zijn of alleen maar bedekt op de bovenverdieping. De binnenkant van de huizen is dezelfde als de huizen met de binnentrap : zelfde ligging van de kamers en zelfde functies.

2) een ander type landhuis, dat meer te vinden is in de hogere heuvels, is het hellinghuis. Dit huis heeft geen binnen- of buitentrap. De eerste verdieping is bewoonbaar terwijl de benedenverdieping de stallen en kelder bevat. De benedenverdieping is gebouwd tegen de helling van de vallei en bevat daardoor de stallen terwijl de bewoonbare kamers, zoals keuken en slaapkamers, erboven zijn gelegen. De ingang is op de bovenverdieping aan de straatkant die in relatie met de straat er als een benedenverdieping uitziet. Dit huis is meestal gebouwd met plaatselijke grijze of licht roze stenen al afhankelijk van de plaats waar het zich bevindt, altijd eerder in bergachtige streken.

3) we moeten ook de vierkantshuizen vermelden, met zeer grote kamers op twee verdiepingen. Deze huizen zijn zeer mooi en hun oorsprong gaat terug tot de oude landhuizen en meesterhuizen (case padronali). Er zijn hier meer gedetailleerde architecturale kenmerken en er zijn geen stallen op de benedenverdieping. Aan de ander kant zien we soms dat de keuken zich op de benedenverdieping bevindt en de slaapkamers op de eerste verdieping. De voornaamste eigenschap is een gebogen inkomdeur met erboven de datum waarop het huis werd gebouwd en omlijnd door bakstenen of terracotta tegels.

Elke keer als ik zo een huis bezoek word ik bevangen door een gevoel van grootsheid en realisme. Ze staan steeds op de top van kleine heuvels of op vlak land en hebben een ruim vergezicht met hetzelfde aantal vensters aan elke zijde van het huis. Deze zijn ontegensprekelijk heel charmant en ik zou aanraden om de binnenplaats niet te veranderen omdat, in de meeste gevallen, die gebouwd was met terracotta tegels.

4) het torenhuis of ‘palombara’, zoals het later genoemd werd, heeft ook oude oorspronkelijke kenmerken die teruggaan tot in de 16e en 17e eeuw. Initieel werd het al gebouwd in een primitievere vorm met militaire structuur in de 13e en 14e eeuw. In het begin werden deze huizen vooral gebouwd in dicht begroeide en beboste gebieden uit schrik voor constante aanvallen en overvallen. Het torenhuis kwam boven de vegetatie uit waardoor men een goed zicht kreeg op de omliggende heuvels. De binnenverdeling had dezelfde karakteristieken als de andere huizen : stallen en kelders beneden, slaapkamers en bergruimte op de bovenste verdiepingen. Het is in de jaren 1600 dat dit type huis evolueert naar een ‘colombaia’ of ‘palombara’ (duiven-huis) , met een gesloten toren die nu werd gebruikt om duiven te kweken.

Dit type huis vertegenwoordigt het meest ambitieuze model onder de landhuizen en was daarom ook het duurste om te bouwen. Zijn blijvende aanwezigheid door de jaren heen is te danken aan het kweken van duiven dat alom geapprecieerd werd zowel voor het vlees als voor de mest.

5) Vanaf het begin van de 19e eeuw zien we veel ‘bigattiera’ (zijdehuizen) opduiken, vooral in de streek rond Jesi waar vele zijdefabrieken gebouwd werden.

Een typische vorm van folk muziek is ontstaan in deze zijdefabrieken , ook ‘filande’ genaamd, waar veel vrouwen tewerkgesteld waren. Vandaag de dag is er een revival van deze muziek dankzij studie en onderzoek van Gastone Petrucci en de muziekgroep’La Macina’. Mensen die deze muziek kennen weten waarover ik spreek want de groep is bekend in heel Italië.

Deze zijdehuizen komen in verschillende maten en vormen voor. Op de bijgevoegde foto ziet u er één van.

Het kweken van de bigatto of zijderups zorgde tijdens de jaren dat men de helft van de oogst moest afstaan voor meer inkomen tijdens het laagseizoen met weinig landbouwactiviteit. Hier begon men huizen te bouwen met zijderupskamers aan de zijkant van het huis maar vooral in het midden van het huis net boven de keuken. Deze zijderupshuizen hebben trommelgewelfde daken en een karakteristieke Franse deur in een centrale positie met gebogen lateibalk en traliewerk. De ramen zijn heel groot om meer lucht binnen te laten en ze hebben luiken die gesloten werden gedurende de warmste uren van de dag om de zijderups niet te beschadigen.

6) Als laatste moet ik ook nog de zogenaamde ‘case di terra’ (aarde huizen) vernoemen. Deze huizen zijn gebouwd met zeer bescheiden materiaal zoals aarde of stro. Deze techniek was vroeger zeer populair maar nadien werden deze huizen vaak afgebroken omdat mensen het platteland verlieten en omdat ze gezien werden als een symbool voor armoede.

Ook hier zijn er twee verschillende : het aarde huis van de kleine eigenaar en dat van de landarbeider. In het eerste geval stond het huis onafhankelijk.

Er is veel te vertellen over deze aarde huizen. Er was een unieke manier om deze huizen te bouwen en daarom eigenlijk zouden ze een heel hoofdstuk moeten verdienen. Er zijn echter al veel boeken over dit type huis verschenen.

Een mengsel van aarde en stro werd gebruikt en deze huizen werden gebouwd in de lente of de herfst want de droge zomer en de extreem koude winters zouden het ruïneren. Meestal werd het mengsel van aarde en stro in tijdelijke houten kisten gedaan zodat ze de vorm van een baksteen kregen. Nadien werden er vierkanten blokken van gemaakt die dan als stenen bovenop elkaar werden geplaatst zonder cement. Het dak werd gemaakt met een laag rietstengels bovenop houten balken, daar bovenop een laag aarde en stro en uiteindelijk nog terracotta tegels om het dak te bedekken.

De enige overgebleven aarden huizen bevinden zich in Serra dè Conti en San Paoli di Jesi en dit dankzij de Nationale Monumentenzorg die zorgde voor de restauratie zodat ze kunnen bewonderd worden in al hun structurele eenvoud.

Ik heb geprobeerd de verschillende types landhuizen te beschrijven om de bezoeker te informeren die hier komt om een landhuis te zoeken waarin hij kan wonen of een deel van het jaar kan doorbrengen. Ik heb er over gewaakt om niet te diep op het onderwerp in te gaan omdat dit hier niet de juiste plaats voor is maar ik hoop dat ik toch een zekere interesse in u heb doen ontwaken. Ik ben zeker dat, in de toekomst, als u voor een landhuis staat, u het een meer accurate omschrijving zal kunnen geven. U zal zich een aantal vragen stellen, net zoals ik, om te zoeken naar tekenen van een verleden dat nooit meer terugkomt. Een verleden dat, dankzij ons allemaal, zal verder leven maar een ander, eerder rustig en bewoonbaar doel zal krijgen.